From soilto life
Nieuws

Piadin, vraag en antwoord

Piadin, vraag en antwoord

De stikstofcyclus is van nature niet geheel gesloten. Een deel van de stikstof gaat uiteindelijk verloren door bijvoorbeeld uitspoeling. Deze verliezen zijn ongunstig voor de landbouw en belastend voor het milieu. Zowel uit financieel- als milieuoogpunt is het daarom zaak deze N-verliezen  tot een minimum te beperken. Een dosering tot het economisch optimum is dan ook de beste strategie. 

Hoe werkt nitrificatieremmer Piadin?

In de bodem wordt ammoniumstikstof uit drijfmest omgezet in nitraatstikstof. De nitrosomas bacterie is verantwoordelijk voor deze omzetting. Stikstof in nitraatvorm heeft als nadeel dat het onder invloed van neerslag snel uitspoelt naar diepere bodemlagen en daardoor niet meer bereikbaar is voor gewasopname. Piadin inactiveert de bacteriën die verantwoordelijk zijn voor dit bodemproces (nitrificatie). De werkzame stof in Piadin (DMPP) doodt niet de bacteriën, maar zet deze alleen stil. Het aanwezige stikstof uit drijfmest blijft langer in de ammoniumvorm in de bodem. Omdat stikstof in ammoniumvorm zich hecht aan de bodem, blijft er meer stikstof beschikbaar voor het gewas. In het voorjaar, wanneer de bodemtemperatuur stijgt, hervatten de bacteriën de omzetting van ammonium naar nitraat. Stikstof in nitraatvorm komt geleidelijk vrij, op een wijze die beter aansluit bij de stikstofbehoefte van het gewas.         

Hoeveel meer stikstof blijft er beschikbaar in de bodem met Piadin?

In een veldproef, uitgevoerd door Wageningen UR, is vergelijking gemaakt van wel en geen toevoeging van Piadin aan varkensdrijfmest bij aanwending in november. Beide objecten worden vergeleken met een object waaraan geen drijfmest wordt gegeven. In de winterperiode en in het voorjaar werd op vier tijdstippen de hoeveelheid stikstof (ammonium en nitraat) in de bodemlagen 0-30 cm en 30-60 cm gemeten. De meting in het voorjaar (maart/april) gaf de extra werking van DMPP aan. Conclusie over dit onderzoek;

  • Het toevoegen van DMPP aan varkensdrijfmest, uitgereden in november, heeft gemiddeld over 2 jaren onderzoek in deze proef geleid tot een 40 tot 50 kg hogere Nmin in april t.o.v. het niet toevoegen van DMPP aan varkensdrijfmest.
  • Toevoeging van DMPP aan varkensdrijfmest bij toepassing in november 2003 leidde er toe dat er bij de bemonstering op 8 maart en 13 april 2004 43 tot 51 kg Nmin per ha meer aanwezig was in de laag 0- 60 cm dan bij het object waaraan geen DMPP was toegevoegd.
  • In het object waar in november varkensdrijfmest is uitgereden zonder toevoeging van DMPP wordt in maart en april 2004 geen hogere Nmin-waarde gevonden dan in het object dat helemaal geen mest heeft gehad.

Waardoor neemt kans op nitraatuitspoeling toe?

  • Een hoog restant aan nitraat in de bodem na de oogst (niet opgenomen of nawerkende  mineralisatie);
  • laag vochthoudend vermogen van de bodem (m.n. zandgrond);
  • veel neerslag;
  • lange braakperiode.

Nitraat uitspoeling voorkomen?

Nitraatuitspoeling is een probleem dat niet alleen de agrariër geld kost, reden genoeg om maatregelen te treffen om deze verliezen te minimaliseren. Hier volgen enkele tips:

  • Bodemanalyse laten uitvoeren. Op basis hiervan bepalen hoeveel voorraad minerale stikstof is en de voorjaarsbemesting hier op aanpassen. Dit vraagt om een vakkundig bemestingsplan. De bemestingsspecialist kan u hier bij helpen;
  • De stikstofgift verdelen over meerdere giften, die dicht aansluit bij de behoefte van het betreffende gewas;
  • De stikstof efficiëntie kan worden verbeterd door stikstof en zwavel, maar ook bijvoorbeeld Kali, te combineren in één gift;
  • De stikstofgift binnen het perceel lokaal aanpassen, afhankelijk van de lokale bodemvoorraad met behulp van precisie-bemesting (N-sensor kan hierbij helpen);
  • Telen van groenbemesters en wintergranen waarmee in het najaar gemineraliseerd stikstof wordt vastgelegd in de plant.
  • Het toedienen van Piadin (nitrificatieremmer) aan drijfmest tijdens de voorjaarstoediening.

Hoe zit het met de Nitraatrichtlijn?

Nitraatuitspoeling hangt af van de hoeveelheid restnitraat in het najaar en van de hoeveelheid regenval. Naarmate er meer regen valt, hoe meer nitraat kan uitspoelen. In deze situatie daalt tegelijkertijd ook de nitraatconcentratie. Door regenval verdund de concentratie nitraat in de bodem. Dit is belangrijk om te weten, want de door de Europese Unie vastgestelde nitraatnorm van 50mg nitraat (NO3) per liter grondwater heeft betrekking op de concentratie en niet op de totaal uitgespoelde hoeveelheid.  Dit betekent dat in gebieden met veel neerslag in theorie grote hoeveelheden nitraat kunnen uitspoelen, zonder dat de nitraatnorm wordt overschreden. Daarentegen, in gebieden met weinig regen, kan de grenswaarde zelfs worden overschreden onder invloed van een relatief geringe natuurlijke uitspoeling.