« Terug naar overzicht

Zwavelbemesting advies in mais
Via depositie, nalevering door de bodem en aanvoer via mest wordt doorgaans minder zwavel (S) aangevoerd dan snijmaïs nodig heeft. Het maïsland kan als gevolg daarvan géén optimale opbrengsten leveren. Er is daarom een onderzoek uitgevoerd door Nutriënten Management Instituut (NMI) om vast te stellen of zwavel-bemesting nodig is en of er verschillen tussen zwavel-meststoffen te verwachten zijn. De resultaten zijn voor Triferto aanleiding om zwavel aan te bevelen als nutriënt in maismeststoffen.
Proefopzet:
• Praktijkpercelen : 96 percelen, 80% zandgrond, rest klei en löss
• Basis-bemesting : 30 à 45 m3 dunne rundermest
• Demo-bemesting : 10 en 20 kg S per ha (uit verschillende S-meststoffen)
Belangrijke parameters voor het verklaren van opbrengstverschillen waren naast de S-gift met name het zwavel leverend vermogen van de grond (SLV), de fosfaat- en kalitoestand van de grond en de fosfaat- en stikstofbemesting.
• Praktijkpercelen : 96 percelen, 80% zandgrond, rest klei en löss
• Basis-bemesting : 30 à 45 m3 dunne rundermest
• Demo-bemesting : 10 en 20 kg S per ha (uit verschillende S-meststoffen)
Resultaat
Afhankelijk van de bodemtoestand voor zwavel (SLV), kali (K-PAE) en fosfaat (P-PAE) wordt een meeropbrengst van 100 tot ruim 400 kg ds per hectare verkregen. Daarbij neemt de respons op S-bemesting af bij een stijgende SLV. Daarentegen neemt de respons op S-bemesting toe bij een stijgende K- en P- toestand van de bodem.
Afhankelijk van de bodemtoestand voor zwavel (SLV), kali (K-PAE) en fosfaat (P-PAE) wordt een meeropbrengst van 100 tot ruim 400 kg ds per hectare verkregen. Daarbij neemt de respons op S-bemesting af bij een stijgende SLV. Daarentegen neemt de respons op S-bemesting toe bij een stijgende K- en P- toestand van de bodem.
Zwavel-advies op maïsland
Op zandgrond en kleigrond hebben respectievelijk 55% en 25% van de percelen een SLV van 10 of lager. In veel gevallen is een aanvulling met zwavel dus gewenst. Een gift tussen 8 en 30 kg S per hectare kan tot een meeropbrengst van 100 à 400 kg ds per hectare leiden, afhankelijk van de bodemvruchtbaarheid. In onderstaande tabel is weergegeven wat de optimale gift is voor de situatie dat de laatste kg S van de te geven gift respectievelijk minimaal 5 kg meeropbrengst aan de droge stof moet geven om economisch rendabel te zijn.
Op zandgrond en kleigrond hebben respectievelijk 55% en 25% van de percelen een SLV van 10 of lager. In veel gevallen is een aanvulling met zwavel dus gewenst. Een gift tussen 8 en 30 kg S per hectare kan tot een meeropbrengst van 100 à 400 kg ds per hectare leiden, afhankelijk van de bodemvruchtbaarheid. In onderstaande tabel is weergegeven wat de optimale gift is voor de situatie dat de laatste kg S van de te geven gift respectievelijk minimaal 5 kg meeropbrengst aan de droge stof moet geven om economisch rendabel te zijn.

De volgende conclusies kunnen uit het onderzoek worden getrokken;
- S-bemesting is relevant voor de droge stofopbrengst van snijmaïs. Een gift tussen de 8 en 30 kg per ha kan een meeropbrengst van 100 tot 450 kg droge stof per hectare geven.
- Het zwavel leverend vermogen (SLV) van de grond heeft een significant positief effect op de droge stofproductie. Het SLV is echter nauwelijks te beïnvloeden.
- De reactie op S-bemesting is afhankelijk van de P- en K-toestand van de grond, de P-rijenbemesting, het SLV en het productiepotentieel van de locatie. Deze laatste wordt onder andere sterk bepaald door de vochtvoorziening van het perceel.
-
S-bemesting geeft een verhoging van de N-benutting door het gewas.
D.W.Bussink (2010). Naar een zwavelbemestingsadvies voor maïsland (www.nmi-agro.nl).
Direct Contact?
| T +31 (0)314 374000 | E info@triferto.eu |
Interesse?
Heeft u interesse in onze producten en wilt u meer informatie?
Neem hier direct contact met ons op!
Direct contact
