Bemestingsadvies grasland 3-4 snede

Het warme weer van de afgelopen periode heeft gevolgen voor de nutriënten-voorraad in de bodem  en de nawerking er van. We geven daarom 3 bemestings-adviezen voor 3de en 4de snede grasland, passend bij 3 verschillende weerscenario’s.

Lokale weersinvloeden vragen om perceelgericht advies
Algemeen vindt er meer mineralisatie plaats bij hogere temparturen, maar hiervoor is wel voldoende vocht nodig. Hoewel, een te veel aan neerslag geeft weer meer verliezen in de vorm van uitspoeling. Dit voorjaar zijn de verschillen in hoeveelheden neerslag per regio groot. Het is daarom niet eenvoudig een algemeen landelijk bemestingsadvies te geven voor de 3de en 4de snede grasland. 

Ook de snede dikte is bepalend voor de onttrekking. Veehouders die de komende week de 2e snede oogsten , maaien waarschijnlijk een lichtere snede dan gepland. Daarentegen zijn er ook veehouders die al geanticipeerd hebben op de droogte door bewust minder kunstmest te strooien.

Nutriëntonttrekking afhankelijk van geoogste kilo's drogestof
De nutriëntonttrekking bij een grasoogst van 8.000kg droge stof per hectare (snede 1+2) is vele male groter dan de wanneer deze 5.500kg is. Zie onderstaande tabel 1:

Nutriënt onttrekking grasland

Tabel 1. Onttrekking snede 1 en 2, bij 180 gr ruweiwit, 3,5 gr P en 35 gr K per kg ds.

Nutriënt onttrekking snede 3 en 4 in beeld 
Om de kali-behoefte in de eerste 2 snedes te dekken zal bij situatie A t/m C respectievelijk 45, 50 en 60 kuub mest gegeven moeten zijn. Indien dit niet het geval is zal hiermee rekening gehouden moeten worden in de bemesting voor de volgende snedes door het advies met 10-20% te verhogen.  

In onderstaande tabel 2 worden de bemestingsadviezen gegeven, toereikend voor onttrekking in snede 3 en 4. Let hierbij wel op dat hierbij noch de nalevering vanuit de bodem noch de verliezen zijn meegenomen:

Advies grasland bemesting 3 4 snede Triferto

Tabel 2. Onttrekking snede 3 en 4, bij 180 gr ruweiwit, 3,5 gr P en 35 gr K per kg ds.

Aandacht voor kali, vooral tijdens zomerbemesting
Kali heeft een positieve invloed op onder andere de vochtvoorziening van gewassen. In de droge zomerperiodes is kali dus cruciaal. Te weinig kali kan de grasgroei, vooral in de drogere periodes, sterk beperken. Tegelijkertijd wordt er juist in deze periode, wanneer het vaker droog wordt, minder drijfmest toegediend. De kalivoorziening komt hiermee aan de krappe kant, wetende dat de kaligehaltes in drijfmest de laatste jaren zijn gedaald. Op de zandgronden is het dan ook aan te raden om bij de latere snedes een aanvullende kalibemesting toe te passen. Een bemestingsschema voor 3de 3n 4de snede grasland kan er als volgt uit zien, zie tabel 3.

Bemesting grasland 3 en 4 snede kali en stikstof Triferto

Tabel 3. Bemestings snede 3 +4, met rundveedrijfmest: 4,1 N, 1,3 kg P2O5, 5,4 K2O kg per kuub

Aan deze advies kunnen geen rechten worden ontleend.

‹ Terug naar overzicht